Waarom je niet alle ballen hoeft hoog te houden
Werk. Kinderen. Huishouden. Sport. Vrienden. Familie. Vereniging. Er is altijd wel iets dat aandacht vraagt.
En vaak wil je dat ook. Je wilt betrokken zijn. Je wilt je afspraken nakomen. Je wilt dat thuis alles blijft draaien. Je wilt niemand laten zitten.
Tot je merkt dat je lichaam iets anders begint te vertellen.
Je bent moe, maar gaat door. Je hebt een vrije avond, maar je hoofd blijft aan. Je loopt door het bos, maar denkt ondertussen aan de was, de mail en de planning van morgen. En als er eindelijk even niets hoeft, voelt zitten op de bank bijna ongemakkelijk.
Alsof rust iets is wat je eerst moet verdienen.

Druk zijn kan vertrouwd gaan voelen
Bij een comfortzone denken we vaak aan iets prettigs. Maar je comfortzone is vooral wat je kent.
Als je gewend bent om te regelen, te helpen, te plannen en door te gaan, kan juist dát vertrouwd voelen.
Er gebeurt steeds iets.
Een berichtje. Een taak. Een afspraak. Iemand die iets vraagt. Iets dat af moet.
Je bent bezig. Je draagt bij. Je bent nodig.
En dat kan ook gewoon fijn zijn.
Rust werkt anders.
Rust geeft geen vinkje. Geen duidelijk resultaat. Geen bevestiging dat je iets hebt gedaan.
Alleen een moment.
Je adem. Je lijf. De stilte.
En misschien merk je dan pas hoeveel er in je hoofd en lichaam nog doorgaat.
Dat betekent niet dat je drukte verkeerd doet. Maar het kan interessant zijn om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer de beweging even stopt.
Je lichaam vertelt soms eerder wat er speelt
Je hoofd kan nog allerlei redenen bedenken om door te gaan.
Nog even dit. Nog één afspraak. Nog snel reageren.
Je lichaam kan ondertussen iets anders vertellen.
Spanning in je schouders of kaken. Een adem die hoger zit. Slechter slapen. Sneller geïrriteerd zijn. Geluid dat harder binnenkomt. Of gewoon dat gevoel van voortdurend aanstaan.
Dat hoeft niet meteen te betekenen dat er iets mis is.
Maar misschien vraagt je lichaam wel om aandacht.
Niet alleen de vraag hoeveel doe ik?
Ook:
Wat gebeurt er in mij wanneer ik even niets hoef?
Daar kan een interessante laag onder zitten.
Want wat als iemand moet wachten?
Wat als je een keer niet meegaat?
Wat als je iets mist?
Wat als iemand teleurgesteld is?
Wat als jij niet degene bent die het oplost?
Misschien voel je dan spanning, schuldgevoel of de neiging om het toch weer op te pakken.
En juist daar wordt iets zichtbaar.
Misschien hoef je niet alle ballen hoog te houden
We zijn geneigd te kijken naar hoe we het allemaal voor elkaar krijgen.
Beter plannen. Meer structuur. Efficiënter worden. Meer energie.
Maar misschien is er een andere vraag.
Welke ballen wil je eigenlijk zelf hooghouden?
Sommige dingen kies je bewust. Andere zijn er langzaam bij gekomen. Omdat iemand op je rekent. Omdat jij het altijd deed. Omdat het makkelijker is om het zelf te regelen. Of omdat je niemand wilt teleurstellen.
Je kunt ergens heel goed in zijn en er toch te veel van dragen.
En misschien ontdek je dat niet alles wat je doet je ook werkelijk vervult.
Dat is geen uitnodiging om alles om te gooien.
Wel om af en toe stil te staan.
Te voelen.
En jezelf af te vragen:
Wat gebeurt er als ik één bal even neerleg?
Misschien is dat geen verlies.
Misschien ontstaat daar juist wat ruimte.
En misschien begint daar een andere vraag:





Opmerkingen